SMART 2.0


De
SMARTmethode is een klassieke manier in managementmiddens om doelstellingen op een eenduidige en meetbare manier voor te stellen.
 

In een coachopleiding die ik volgde, werd de SMARTmethode-met-een-twist voorgesteld.In mijn zoektocht om eigen doelen zo concreet en doen-baar mogelijk te krijgen, heeft de alternatieve vorm van deze methodiek mij al goede diensten bewezen.

 

SMART is een letterwoord, waarbij S staat voor specifiek, M voor meetbaar, A voor acceptabel, R voor realiseerbaar en T voor tijdsgebonden.

 
Deze Routeplanner focust op de eerste letter, S van SPECIFIEK.


Als je een doel voor ogen hebt, stel jezelf dan de volgende vragen:
 

Is mijn doel concreet genoeg?

Kan ik mijn doel nog verder onderverdelen in concrete kleine stappen die ik kan zetten?
Kan ik benoemen waar ik meer van wil en wat ik niet meer wil?
 
Ik kan jullie volgende tips meegeven om dit aan te pakken
 
1. verwoord je doel niet als één einddoel wat te nemen of te laten is, maar wel als  een opeenvolging van kleine stappen op weg naar…. Ga zeker flexibel om met je einddoel. Eigenlijk mag je het zelf vergeten (!).

Euh? Je doel vergeten? Jahoor, ik bedoel precies wat er staat: focus je op de eerste kleine stap, plan nog enkele stappen verder en zie dan waar de weg naartoe leidt. Het is zeker niet uitzonderlijk of raar dat je einddoel 'en cours de route' verandert.

 

2. Ik blijf de nadruk leggen op het belang van KLEINE doelen.

Dit is cruciaal: je doel is beter 'elke dag een sigaret minder roken' (dat heb je elke dag de kans op succes! Dat is plezant en geeft moed) dan als doel te hebben: 'ik wil over twee maanden gestopt zijn met roken' (dan ligt het succes ver in de toekomst en is het erop of eronder... geen fijne tijd dus tussen nu en 2 maanden...).

 

3. Formuleer je doel POSITIEF

Richt je niet op wat je niet meer wil, maar wel op wat je WEL wil.

Iedereen kent het clichévoorbeeld: denk niet aan een roze olifant; dan denk je juist wél aan een roze olifant. Dat is onvermijdelijk, het is gewoon hoe onze hersenen werken.

Even verduidelijking met een voorbeeld:

als je zegt 'ik wil niet zenuwachtig zijn', registreren je hersenen in eerste instantie het beeld van 'zenuwachtig zijn'. De taal van onze hersenen is vooral visueel, onze hersenen werken in beelden. In dit geval moet er dan nog een inspanning gebeuren om het  beeld van zenuwachtig zijn weg te doen en te vervangen door 'iets' anders. Het begrip 'niet' is immers heel abstract, daar hangt geen beeld aan vast.

Als je echter denkt: ik wil kalm blijven en rustig blijven ademhalen, zal je focus op ‘kalm’ en ‘rustig ademhalen’ liggen. Dit zal veel beter werken.

 

Hetzelfde fenomeen speelt als je je doelen bepaalt: als je die negatief verwoordt (bijvoorbeeld wat je niet meer wil:  ‘ik wil niet meer altijd te laat komen), ligt je focus op het te laat komen….en moet je een extra inspanning doen om het beeld van het te laat komen weg te doen en te vervangen in je hoofd door een ander scenario. Als je echter zegt: ‘ik wil zoveel mogelijk op tijd komen’, dan ligt je focus op de fijne gevolgen van op tijd komen en kun je je beter inbeelden hoe je dit kunt realiseren.

4. een laatste tip:
gebruik tenvolle je FOCUS. Ook dit fenomeen speelt zich grotendeels af op het niveau van onze hersenen: de
‘werkelijkheid’ zoals we die waarnemen is altijd gekleurd, nooit objectief. Hij is gekleurd door onze FOCUS. Als de focus ligt op ‘op tijd komen’, ga je in je omgeving, in wat je leest, in wat je oppikt van anderen, automatisch mogelijkheden ‘zien’, tips horen om dat te bereiken.

                Het is het zelfde als wanneer je een nieuwe auto wil kopen en je denkt aan 1 bepaald merk en type. Vanaf dat moment ga je in het straatbeeld, in de reklame, … veel meer auto’s van dat merk en type opmerken dan ervoor. Dit betekent niet dat er effectief méér zijn, het is alleen het gevolg van je focus die gericht is op dat soort auto en in de werkelijkheid dan ook filtert in die richting.